Welk hout kan ik het beste gebruiken voor in mijn houtkachel? 

Om schoon en met minimale overlast te kunnen stoken, is een volledige verbranding van alle houtgassen nodig. Veel mensen denken dat het hout zelf brandt, maar dat is niet het geval. Het zijn de houtgassen die branden en een prachtig vlammenspel geven.

Deze houtgassen komen vrij bij een temperatuur vanaf 150 graden. Het proces van ontgassing van het hout gaat door totdat de kachel een temperatuur van 700 graden bereikt. Vanaf deze temperatuur ontvlammen de houtgassen tot mooie dansende vlammen.

Overlast wordt veroorzaakt door onverbrande houtgassen. Dit is dan ook de reden dat met name tijdens het opstarten deze schadelijke gassen via de schoorsteen vrijkomen. De warmte in de kachel is in dit stadium onvoldoende om alle vrijkomende houtgassen te laten ontvlammen. De hoeveelheid van deze nadelige gassen die vrijkomen is met een aantal maatregelen aanzienlijk te verminderen. Het is de kunst om tijdens het opstarten van de kachel zo snel mogelijk en met minimale uitstoot tot een volledige verbranding van alle houtgassen te komen. Eenmaal brandend moet de volledige verbranding van alle houtgassen in stand worden gehouden. Ook dit vraagt om enige kennis en bewustzijn. Kortom, een volledige verbranding van alle houtgassen is de sleutel tot schoon stoken.

Het gebruik van het juiste hout is een belangrijke factor voor een goede verbranding van alle houtgassen. Zowel de houtsoort als de eigenschappen van het (gekloofde) hout zijn belangrijk.

Droog hout

Droog hout is een voorwaarde om emissiearm en dus zonder overlast te kunnen stoken. De perfecte vochtgehalte van stookhout ligt tussen de 12 en 15 procent. Te nat hout belemmert een goede verbrandingstemperatuur en verhoogt daarmee de uitstoot van schadelijke gassen. Veel energie gaat verloren naar het verdampen van vocht. Het waterdamp koelt vervolgens de houtgassen af. De kachel bereikt daardoor niet de gewenste temperatuur om alle vrijgekomen houtgassen goed te kunnen verbranden. Dit veroorzaakt een hogere en langdurige uitstoot van schadelijke stoffen. 

Vooral tijdens de opstartfase belemmert het waterdamp de gewenste temperatuur in de kachel. Vaak is het ook moeilijk om een kachel aan te krijgen wanneer te nat hout wordt gebruikt. Maar ook wanneer de kachel eenmaal is opgestart, blijft het vocht de temperatuur in de kachel beïnvloeden. Houtgassen kunnen ook dan niet volledig verbranden waardoor de kachel emissie blijft uitstoten. Om zonder overlast en met minimale uitstoot van emissie te kunnen stoken, is het dus belangrijk om droog hout te gebruiken. Een ander voordeel van droog hout is dat ook het warmterendement vele malen hoger is. 

Hout kan ook te droog zijn. En te lage vochtpercentage is niet wenselijk omdat dit hout veel te snel ontgast en zo ook niet tot een ideale verbranding kan komen. De te snelle ontgassing veroorzaakt een hogere uitstoot doordat niet alle gassen de kans krijgen om te ontvlammen.

Vochtpercentage meten 

Om te kunnen bepalen wanneer hout een goed vochtpercentage heeft om te kunnen stoken, is een houtvochtmeter erg handig. Deze zijn voor een klein bedrag aan te schaffen bij verschillende bouwmarkten, via een online shop of bij uw haardenspeciaalzaak. Voor het meten van het houtvochtpercentage zijn er een aantal richtlijnen waar u rekening mee moet houden.

In de kern van een houtblok zit meer vocht dan aan de buitenzijde. Om een betrouwbare meting te kunnen doen is het dus belangrijk om de houtblokken die u gaat meten eerst te kloven. Het vochtpercentage wordt gemeten op het gekloofde vlak.

Op drie delen van dit vlak worden de voelers van de vochtmeter overdwars in het hout gestoken. Door de meter overdwars op het hout te plaatsen, voorkomt u dat u het vochtpercentage van dezelfde houtvat meet. Een boom is namelijk opgebouwd uit houtvaten die verticaal lopen. Het gemiddelde van deze drie percentages geeft een goed beeld van het vochtpercentage in het houtblok. 

Voor een representatieve meting, meet u het beste meerdere stukken hout uit verschillende delen van de houtstapel. Zo bepaalt u de gemiddelde droogte van de houtstapel en weet u of het hout droog genoeg is om te kunnen stoken. 

Gekloofd hout

Voor een goede verbranding is ook het formaat van het brandhout belangrijk. Te grote blokken vatten minder goed vlam en zorgen daarmee dat de kachel niet goed op temperatuur komt. De vrijgekomen houtgassen kunnen dan niet volledig ontbranden. Dit veroorzaakt vervolgens een hogere emissie van schadelijke stoffen. Het perfecte formaat voor een goede verbranding is polsdik gekloofd hout met maximaal een gewicht van 500 gram per houtblok. Wanneer het gekloofd hout vervolgens kruislings in de verbrandingskamer wordt opgestapeld, kan het hout in de aanwezigheid van voldoende zuurstof goed ontgassen en ontvlammen. Een perfecte manier om hout aan te steken is met de Zwitserse stookmethode. Kleinere stukken ongekloofd hout vatten ook minder snel vlam omdat de houtgassen minder goed vrij kunnen komen. Het is daarom aan te raden om ook kleinere stukken hout zoals bijvoorbeeld takken te kloven. 


Soort hout

Elke houtsoort brandt op een verschillende manier. Het calorisch vermogen van elke houtsoort is anders en geeft daarmee verschillende verbrandingswarmte af. Hierdoor zijn sommige houtsoorten meer geschikt als stookhout dan andere houtsoorten. 

Geschikte houtsoorten

De meest geschikte houtsoorten voor stoken is hout van de berk, es, eiken, els en het hout van fruitbomen. Berkenhout brandt bijvoorbeeld extra schoon, geeft veel warmte af en geeft mooie heldere vlammen. Essenhout brandt wat trager en geeft eveneens een mooi vlammenspel. Eikenhout brandt ook traag, geeft weinig rook en maakt een knapperend geluid die direct geassocieerd wordt met een gezellig avondje stoken. Elzenhout brandt daarentegen snel en geeft ook snel warmte af. Deze houtsoort is bijvoorbeeld zeer geschikt voor het stoken in een kachel met speksteen. Doordat de kachel snel warmte afgeeft, warmen ook de stenen sneller op waardoor de kachel eerder warmte afgeeft. Fruitbomenhout heeft een hoog drooggewicht en bevat veel energie. Het hout geeft hierdoor veel warmte af en brand lang. Ook spat dit houtsoort niet tijdens het branden en geeft het een rustig vuurbeeld. 

Ongeschikte houtsoorten

Ongeschikte soorten zijn bijvoorbeeld hout van de wilg, populier, kastanje, linde of de esdoorn. Deze soorten branden veel te snel waardoor houtgassen niet volledig de kans krijgen om te ontvlammen. Ook geven sommige van deze soorten een vervelende geur. Hout van naaldbomen brandt wel mooi, maar is minder geschikt vanwege de harsen die vrijkomen en het rookkanaal kunnen vervuilen. Behandeld hout is het meest ongeschikte hout en mag nooit worden verbrand. Niet alleen veroorzaakt behandeld hout aanslag in uw rookkanaal, er komen ook giftige gassen vrij.