- Kenniscentrum
- Hout
- Hoe moet je een houtkachel stoken?
Hoe moet je een houtkachel stoken?
Het verbranden van hout in een houtkachel is een spel en de uitdaging is om dit zo goed en volledig mogelijk te doen. Hierbij is de zogenaamde branddriehoek een mooi hulpmiddel. Deze driehoek bestaat uit Brandstof, Zuurstof en Temperatuur. De brandweer gebruikt deze driehoek ook, maar dan om een vuur juist te doven. Als stoker wil je het tegenovergestelde; het vuur zo goed mogelijk laten branden.
Zuurstof
Het vuur moet altijd genoeg lucht krijgen, bij twijfel beter te veel dan te weinig. Bij het aansteken van het vuur staat de luchttoevoer helemaal open, als het vuur goed brandt wordt de luchttoevoer ingesteld op de zogenaamde ‘doorstookstand’. Hoe je deze ‘doorstookstand’ bepaald lees je hier. Een vuur dat te weinig of zelfs geen zuurstof krijgt, blijft wel gewoon houtgas produceren, alleen wordt dit brandbare gas niet verbrandt. Houtgas stinkt enorm en is slecht voor mens en milieu. Daarbij gooi je eigenlijk brandstof weg omdat het hout zonder verbranding geen warmte oplevert. Zonde, want hout kost altijd wat; geld, moeite, plaats in de tuin, enz. Bovendien vervuilen de kachel en het kanaal veel sneller, waardoor het risico op schoorsteenbrand toeneemt. Dus luchttoevoer voldoende open, en liever te veel dan te weinig lucht geven.
Brandstof
Het vuur moet altijd genoeg lucht krijgen, bij twijfel beter te veel dan te weinig. Bij het aansteken van het vuur staat de luchttoevoer helemaal open, als het vuur goed brandt wordt de luchttoevoer ingesteld op de zogenaamde ‘doorstookstand’. Hoe je deze ‘doorstookstand’ bepaald lees je hier.
Een vuur dat te weinig of zelfs geen zuurstof krijgt, blijft wel gewoon houtgas produceren, alleen wordt dit brandbare gas niet verbrandt.
Houtgas stinkt enorm en is slecht voor mens en milieu. Daarbij gooi je eigenlijk brandstof weg omdat het hout zonder verbranding geen warmte oplevert. Zonde, want hout kost altijd wat; geld, moeite, plaats in de tuin, enz.
Bovendien vervuilen de kachel en het kanaal veel sneller, waardoor het risico op schoorsteenbrand toeneemt. Dus luchttoevoer voldoende open, en liever te veel dan te weinig lucht geven.
Temperatuur
Blokken hout in een kachel branden niet vanzelf, gelukkig maar! Hiervoor is temperatuur nodig. Hout brandt pas wanneer het heet genoeg is om houtgas af te geven, en dan is er een vlam nodig om vuur te krijgen. De vlam is de temperatuur.
Om de verbranding zo goed mogelijk te laten verlopen, is het ten eerste belangrijk om het vuur Top-down te starten. Hierdoor kan de vlam meteen al vrij branden zonder tegen ‘koude’ blokken hout aan te botsen. Gebeurt dit wel, dan zakt de temperatuur bij de vlam meteen en stopt de verbranding daar, met veel onnodige rookontwikkeling tot gevolg. Dit kun je goed zien bij het aansteken met het aanmaakblokje ONDER de houtstapel: er wervelt veel rook door de verbrandingskamer, maar er verbrand niets en er komt erg veel rook uit de schoorsteen.
Bijvullen
Wat geldt voor het aansteken geldt ook voor het bijvullen. Je wil de al-gaande-verbranding zo min mogelijk verstoren en zorgen dat het nieuwe hout snel begint te branden, zodat het nieuwe hout warmte afgeeft en de uitstoot beperkt blijft. Dit doe je door pas nieuw hout bij te leggen wanneer de laatste vlammetjes uit het koolbed komen, en net voordat er alleen nog gloeiende kooltjes liggen. Dit is het moment waarop je je al-gaande-verbranding het minst verstoort en waarop het koolbed de meeste hitte heeft om het nieuwe hout snel te doen ontbranden.


